De Weikes  | Kesterbeekmoeras  | Rilroheide

Sinds haar ontstaan, nu tien jaar geleden, is Natuurpunt Beersel erin geslaagd met de steun van de Gemeente, de Provinie en het Vlaams gewest drie natuurgebieden te verwerven en te vrijwaren voor de komende generaties: De Weikes, het Kesterbeekmoeras en Rilroheidebos. Onze vereniging en haar vijwilligers staan nu in voor het beheer van deze gebieden. Voor elk reservaat werd in overleg met deskundigen een beheerplan opgesteld met als doel deze halfnatuurlijke biotopen voor de toekomst te bewaren en hun soortenrijkdom te vergroten.

De Weikes

Uit het Hallerbos komen twee beekjes: de Steenputbeek en de Kapittelbeek. Waar deze twee samenvloeien vormen zij de Molenbeek. Dit gebeurt juist op de grens tussen Halle en Dworp beneden aan het Kesterbeekbos en de Haakstraat. Aan weerszijden van de Molenbeek ligt het nieuwe natuurreservaat. Dat het landschappelijk een mooi stukje natuur is wist Hendrik Conscience al in zijn tijd toen hij langs daar passeerde op zijn wandeltochten van Halle naar Beersel. Het wandelpad door de Weikes heet dan ook terecht het Hendrik Consciencepad.

Aan de ene kant van de weg is een grote weide geflankeerd door twee kleine bronbeekjes en met achteraan een jonge populieraanplanting. Vooral de bronbeekjes trekken de aandacht door de overweldigende bloei van dotterbloem, daslook, slanke sleutelbloem en echte koekoeksbloem. In de struiken nestelen talrijke zangvogels waaronder de zanglijster, de heggemus, de bosrietzanger en de grauwe vliegenvanger, die we toch niet meer alle dagen tegenkomen. Een prachtige houtwal met kornoelje, hazelaar, spaanse aak, bramen en kardinaalsmuts trekt vogels en insecten.

Aan de andere kant van de weg ligt een gemengd loofbos met oude eiken en beuken maar ook essen, berken, esdoorns, kerselaars en elzen vinden er hun stek. Onder de bomen bloeit een uitbundige voorjaarsflora van slanke sleutelbloem, bosanemoon, boshyacint, bosbingelkruid en de zeldzame witte rapunzel. Reeën en konijnen vinden hier een schuilplaats. Gejaagd wordt hier niet meer tenzij dit nodig zou blijken om het konijnenbestand onder controle te houden.

De Weikes, een gebied van Europese allure

Inderdaad, hoe huiselijk en kleinschalig de naam ook mag klinken, de Weikes hebben Europese weerklank. En daar heeft Europa goede redenen voor.

De Steenputbeek, die ontspringt in het Hallerbos en verder gevoed wordt door talrijke bronnen, kronkelt in een natuurlijk verloop door weiden, loofbos en voedselrijk moeras. Stroomversnellingen wisselen af met rustige, diepe gedeeltes. De uitstekende waterkwaliteit, zeldzaam in Vlaanderen, en de grote diversiteit aan biotopen maken de Steenputbeek tot een uitzonderlijk leefgebied van de beekprik en van de rivierdonderpad. Deze twee vissoorten zijn in Europa zo zeldzaam geworden dat de Europese Unie eist dat hun habitats beter beschermd worden (volgens de zg. 'Habitatrichtlijn' van de EU). Het gebied van de Weikes wordt daarom op Europees niveau als zeer waardevol gebied beschouwd. De beekprik (Lampetra planeri) is een primitieve vissoort, van een groep die zich gedurende een deel van zijn leven als parasiet voedt met het bloed van andere vissen. De beekprik zelf is niet parasitair. Laat, vaak na zes jaar larvenleven, wordt hij volwassen, eet dan niet meer en plant zich alleen nog voort. De beekprik houdt van helder, stromend water. De rivierdonderpad (Cottus gobio) verkiest dezelfde biotoop, waar tussen steentjes de kleverige eitjes afgezet worden. Het mannetje bewaakt het broedsel, zoals bij de stekelbaars, die hier trouwens ook voorkomt. Om deze vissen van 'Europese allure' in de beek te houden, moet voortdurend over de goede waterkwaliteit gewaakt worden. Anderzijds helpen deze vissen ons door als gevoelige meetinstrumenten de kwaliteit van ons milieu in de gaten te houden.

Door deze vissen te beschermen, beschermen we een waardevol biotoop, waarbij vele andere soorten planten en dieren baat vinden. Natuurpunt Beersel is dan ook fier en gelukkig met het nieuw verworven reservaat de Weikes. Met zijn 11.2 Ha is het meteen het grootste reservaat van de streek. De aankoop werd verwezelijkt met de steun van het Vlaams Gewest, de provincie Vlaams Brabant en de gemeente Beersel. Een belangrijk deel werd door onze plaatselijke afdeling gefinancierd. Om ons reservaat in de toekomst nog te kunnen uitbreiden doen wij trouwens nog steeds beroep op uw steun.


Top

Kesterbeekmoeras

Het Kesterbeekmoeras is gelegen in Alsemberg, een deelgemeente van Beersel, tegen de grens met Dworp in de vallei van de Kesterbeek. Vandaar de naam Kesterbeekmoeras. Als je de pijlen naar The Classic Domain volgt kom je er vanzelf.

Moerassen zijn nooit populair geweest. In het verleden heeft men gepoogd ze te draineren, droog te {short description of image}leggen. Maar nu keert het tij! Opvallend is dat meer en meer de term "waterrijk gebied" ingang vindt. We beginnen ook stilaan te begrijpen dat de waterrijke gebieden ook een eigen en belangrijke rol vervullen. Moerassen zijn als het ware natuurlijke sponzen die in beek- en riviervalleien water vasthouden en dat later langzaam terug vrij geven. Moerasgebieden beschermen zo bewoonde gebieden. Ze kunnen een te snelle en soms catastrofale waterafvoer tegengaan. Waterrijke gebieden zorgen ook voor een gestage aanvulling van het grondwater. Dat is ook nodig, want met al dat asfalt en beton van onze wegen, parkings, bedrijventerreinen en de zo sterk toegenomen en overal verspreide bebouwing wordt de neerslag veel te snel afgevoerd, zonder dat die nog langzaam in de bodem kan dringen. Moerassen zijn natuurlijk ook een levensnoodzakelijk toevluchtsoord voor tal van planten en dieren die we nergens anders kunnen vinden. Gelukkig heeft Natuurreservaten in 1997 één van de laatste moerassen in Beersel kunnen vrijwaren door een gebied van 2,7094 ha aan te kopen.

De vegetatie

{short description of image}

Het waardevolste deel van het reservaat is een soortenrijk dottergrasland en een verruigde variant hiervan. Het betreft een uiterst nat, door kwel beïnvloed grasland waar enige verruiging in is opgetreden. Er komen soorten voor als Brede Orchis, Dotterbloem, Kleine Valeriaan, Gewone koekoeksbloem, Kale jonker, Watermunt, Moerasspirea, Veldrus, Bosbies, Scherpe zegge, Moeraszegge etc. Een deel van het reservaat wordt gekenmerkt door Pluimzeggehorsten. In dit deel komen ook Blauwe Knoop en Melkeppe voor. In de natste zones(bronzones) komen Beekpunge, Kleine Watereppe, bittere Veldkers en Reuzepaardenstaart voor. Een deel van het reservaat bestaat uit droger grasland dat vroeger een intensiever gebruik kende. Hier domineert Zachte Dravik en komen Veldbeemdgras en Gestreepte Witbol veelvuldig voor. Andere soorten zijn o.a. Veldzuring, Kruipende en Scherpe Boterbloem en in de randen Pinksterbloem. Op één van de taluds ontwikkelde zich een bramenstruweel, waarin zich reeds bosvorming optreedt. In het zuidwesten van het reservaat komt een nat valleibosje voor met Zwarte Elzen. Hier komen o.m. in de kruidlaag Reuzenpaardestaart, Slanke Sleutelbloem, Muskuskruid, Harig Wilgenroosje, Moesdistel, Moerasspirea, Grote Brandnetel en Geel Nagelkruid voor.

{short description of image}

Het beheer

De naam 'Kesterbeek' verwijst naar eeuwenlange menselijke bewoning (kester='castrum'=vesting). Eeuwenlang ook betrok de mens bijna alles wat hij nodig had uit zijn omgeving : hooi, rijshout, wilgetenen, brandhout... Dit leverde een grote diversiteit aan landschapselementen op. De meeste van deze grondstoffen en 'diensten' zijn nu niet meer nodig. Dit halfnatuurlijke landschap vraagt dus menselijk ingrijpen om zijn natuurwaarden te behouden! Daarom zetten wij, natuurbeheerders, de vroegere menselijke ingrepen voort om dit eeuwenoude erfgoed niet verloren te laten gaan.

Om ons reservaat in de toekomst nog te kunnen uitbreiden doen wij trouwens nog steeds beroep op uw steun!



Top

Rilroheide: het veranderend landschap.....

We staan er niet altijd bij stil: landschappen rondom ons veranderen. Bejaarde bewoners van Dworp herinneren zich hier een opener landschap, nu eens weide, dan weer hakhout, hier en daar zelfs heide.

De naam Rilro-heide-bos: een eigenaardige naam.

Een gerooid stuk met heide en bos? Rilro- of Rulroheide was eigenlijk de naam van een Dworps gehucht, een door 'Ruelen' in het loofbos gerooid gebied. Inderdaad, na de Laatste Ijstijd, ontwikkelde zich in onze streek het loofbos. Rond de nederzettingen werd dit bos gerooid. Bosherstel werd verhinderd door begrazing of landbouw. Op sommige plekken handhaafden de boomsoorten zich, vooral ook omdat hout een erg belangrijke grondstof was : brandhout, rijshout,… en stenen huizen waren heel zeldzaam in Dworp tot ver in de 18de eeuw. Met een geleidelijke bodemverarming (afvoer van voedingsstoffen) gaf dit aanleiding tot heidegebieden. Omdat die heiden hun bestaan te danken hadden aan de mens en zijn vee, noemen we ze 'halfnatuurlijk'. Dat heide vroeger veel uitgestrekter was dan nu, zien we in veel lokale plaatsnamen (Destelheide, Meigemheide, Eikenheide).

Maar waar is de heide? Deze eeuw namen de traditionele landbouw en veeteelt snel af en hier en daar nam het bos zijn rechten weer op. Alleen, dit bos is niet meer het oerbos van weleer: een andere soortensamenstelling, een andere opbouw en structuur, bv. aanplant van canadapopulier en grove den.

Waarom een natuurreservaat ?

Ondanks alle menselijke ingrepen, is er in het Rilroheidebos nog veel natuurwaarde, die tot ontwikkeling komt in een scherpe gradiënt over enkele tientallen meter, van meanderende beek, over beekbegeleidend bos en bronbos, naar droge valleiflanken:

en nog veel ontwikkelingsnatuurwaarde:

De toekomst

Een natuurreservaat, elk natuurreservaat, vraagt om beheer. Natuurpunt Beersel steekt de handen uit de mouwen. Het beheer is 'uitwendig' (beperken van betreding vanaf de weg) en 'inwendig' (terugdringen van Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, rooien van den, beschermen van opschietende heide, aangelegde drainering stuwen, dynamiek of het meanderen van de beek toelaten).

Nieuw

In 2011 werd door onze medewerker Fred Willems een unieke beestentoren gebouwd. Er werd uitgegaan van een klassiek insectenhotel maar uiteindelijk werd in het bouwwerk ook een nestplaats voorzien voor een egel, voor vogels, muizen en vleermuizen: dus een echte beestentoren.